ECLI:NL:RVS:2021:1716
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 maart 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 2 juni 2021 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend is. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan op 2 augustus 2021 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, waarbij de griffier J.W. Prins aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.