ECLI:NL:RVS:2021:1696
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.P.M. van Ravels
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ontheffing voor dekschuit als toegangsvoorziening bij woonschip in Amsterdam
Appellant heeft een woonschip gekocht dat aan een locatie in Amsterdam ligt, met een dekschuit die als toegangsvoorziening en terras dient tussen zijn woonschip en een ander woonschip. Het college van burgemeester en wethouders heeft een ontheffingsaanvraag voor het houden van deze dekschuit afgewezen omdat deze niet past binnen het bestemmingsplan en de gemeentelijke Regels Woonboten en Oevergebruik.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, stellende dat de dekschuit geen toegangsvoorziening is zoals bedoeld in het bestemmingsplan en dat de dekschuit niet voldoet aan de maatvoeringsregels. Ook is er een recht van overpad via het eerste woonschip, waardoor een toegangsvoorziening niet is toegestaan.
In hoger beroep betoogt appellant dat de dekschuit wel degelijk een toegangsvoorziening is en dat de weigering van de ontheffing leidt tot onevenredige gevolgen, omdat het woonschip anders onbereikbaar is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat de dekschuit een zelfstandig object is en dat het college het algemeen belang bij het behoud van de waterruimte zwaarder mag laten wegen dan het individuele belang van appellant. Alternatieve oplossingen worden besproken en de weigering wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de ontheffing voor het houden van de dekschuit als toegangsvoorziening bij het woonschip.