ECLI:NL:RVS:2021:1685
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verbod aanleg uitweg wegens verlies openbare parkeerplaats in Delft
Het college van burgemeester en wethouders van Delft verbood appellant op 1 augustus 2018 een uitweg aan te leggen bij een locatie in Delft, omdat hierdoor een openbare parkeerplaats verloren zou gaan in een straat met hoge parkeerdruk. Appellant had op 17 juli 2018 melding gedaan van het voornemen tot aanleg van deze uitweg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat parkeren aan beide zijden van de straat is toegestaan en dat het verlies van een parkeerplaats dus niet onnodig is. Tevens voerde hij aan dat parkeren aan de overzijde van de straat een reële optie is, ondanks mogelijke slalomsituaties.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank en het college terecht hebben geoordeeld dat de aanleg van de uitweg leidt tot het onnodig vervallen van een openbare parkeerplaats. In de praktijk wordt aan slechts één zijde geparkeerd vanwege de smalle straat, en parkeren aan de overzijde is geen realistische optie omdat dit de parkeercapaciteit vermindert door de benodigde manoeuvreerruimte.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verbod op aanleg van de uitweg wordt bevestigd.