ECLI:NL:RVS:2021:1672
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging oplegging Educatieve Maatregel Alcohol wegens onvoldoende bewijs bestuurder
Op 20 februari 2019 legde het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) aan appellant een Educatieve Maatregel Alcohol (EMA) op vanwege een verkeersongeval waarbij hij volgens het proces-verbaal bestuurder was en een ademalcoholgehalte van 685 µg/l werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond, uitgaande van de juistheid van het proces-verbaal. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet de bestuurder was en leverde aanvullend bewijs, waaronder telefoongegevens en getuigenverklaringen, die zijn stelling ondersteunden.
De Raad van State oordeelde dat het CBR en de rechtbank terecht uitgingen van het proces-verbaal, maar dat het aanvullende bewijs en de verklaringen van appellant en anderen een ander licht op de feiten wierpen. Hierdoor was niet met voldoende zekerheid vast te stellen dat appellant bestuurder was.
De Raad vernietigde het besluit tot oplegging van de EMA en het bestreden vonnis, herroept het oorspronkelijke besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Het griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit tot oplegging van de Educatieve Maatregel Alcohol en herroept het oorspronkelijke besluit omdat niet met voldoende zekerheid is vastgesteld dat appellant bestuurder was.