ECLI:NL:RVS:2021:1649
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag en terugwijzing zaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 10 mei 2021 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 juni 2021 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij geen belang meer had bij het beroep, omdat hij nog contact had met zijn gemachtigde en zijn partner op dat moment in een Handhavings- en toezichtlocatie verbleef. De rechtbank had dit niet meegewogen en concludeerde dat de vreemdeling geen prijs meer stelde op internationale bescherming.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank onterecht het beroep als niet-ontvankelijk had verklaard, omdat uit de omstandigheden bleek dat de vreemdeling nog contact had met zijn gemachtigde en zijn verblijfplaats bekend was. Gezien het fundamentele recht op toegang tot de rechter is het belang bij het beroep aanwezig. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling, waarbij de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.