ECLI:NL:RVS:2021:1647
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 juli 2020 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 juli 2021 de beroepen gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde, met behoud van rechtsgevolgen. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State en verzochten om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend is. De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 28 juli 2021, in aanwezigheid van griffier D.I. van Kesteren. Hiermee wordt de rechtspositie van de vreemdelingen in afwachting van de uitspraak in hoger beroep beschermd.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.