ECLI:NL:RVS:2021:1619
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing omgevingsvergunning appartementencomplex Hoek van Holland
Appellante vroeg op 1 juni 2017 een omgevingsvergunning aan voor de bouw van een appartementencomplex in Hoek van Holland. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag op 31 oktober 2017 af vanwege strijd met de Bouwverordening Rotterdam 2010 en redelijke eisen van welstand. Na een ongegrond verklaard bezwaar en een niet-ontvankelijk verklaard beroep bij de rechtbank, stelde appellante hoger beroep in.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat appellante geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. De Afdeling achtte aannemelijk dat appellante vertragingsschade had geleden en daarom wel procesbelang had. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep stelde de Afdeling vast dat het college het bouwplan terecht in strijd met de redelijke eisen van welstand had geacht, mede op basis van een zorgvuldige en begrijpelijke welstandsadvies van de Commissie voor Welstand en Monumenten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt terugbetaald. Hiermee werd het beroep van appellante afgewezen, maar kreeg zij wel vergoeding van haar kosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning is terecht geweigerd wegens strijd met redelijke eisen van welstand.