ECLI:NL:RVS:2021:161
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J. Hoekstra
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraken en handhaving omgevingsvergunning meubelmakerij Molenlanden
Het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden verleende een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijgebouw ten behoeve van een kleinschalige meubelmakerij op een perceel te Noordeloos. Dit project was in strijd met het geldende bestemmingsplan, waarop omwonenden beroep instelden bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank vernietigde het besluit wegens het ontbreken van een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad. Zowel het college als de aanvrager stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het project viel onder een categorie waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen vereist was en vernietigde de uitspraken van de rechtbank. Vervolgens werd het nieuwe besluit van het college van 5 november 2019 beoordeeld, waarin alsnog een verklaring van geen bedenkingen was afgegeven. De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het college in redelijkheid tot het besluit kon komen, onder meer gelet op de beperkte omvang van de loods, de geluidsbeperkende voorschriften en de ruimtelijke inpasbaarheid.
Diverse bezwaren van omwonenden over onder meer wijziging van het bouwplan, vooringenomenheid, toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking, stikstofbeleid, flora en fauna, geluidbelasting, stof, verkeer, ruimtelijke inpasbaarheid en vergunningvoorschriften werden afgewezen. De beroepen tegen het besluit van 5 november 2019 werden ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning van kracht blijft.
Tot slot veroordeelde de Raad van State het college tot vergoeding van de proceskosten van de aanvrager en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt terugbetaald. De uitspraak werd uitgesproken op 27 januari 2021.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor de meubelmakerij wordt gehandhaafd en de beroepen van omwonenden worden ongegrond verklaard.