ECLI:NL:RVS:2021:1544
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding euromunten na afvalrecycleproces door De Nederlandsche Bank
F&F Products heeft 1.032 euromunten aangeboden aan De Nederlandsche Bank (DNB) en verzocht om vergoeding van de waarde van deze munten. De munten waren gewonnen uit afval via een recycleproces in Azië. DNB heeft de aanvraag afgewezen omdat de munten een bewerking hebben ondergaan waarvan redelijkerwijs te verwachten is dat deze de munt verandert, zoals bedoeld in artikel 9, zesde lid, van de Muntwet 2002.
De rechtbank heeft deze afwijzing bevestigd en overwogen dat DNB zich op een redelijke grondslag kon baseren, mede op basis van een onderzoek door het Nationaal Analysecentrum voor Munten (NACM) dat de munten onderzocht en constateerde dat ze kenmerken vertoonden van verbranding, chemische behandeling en trommelreiniging, waardoor ze ongeschikt zijn voor circulatie.
F&F Products voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank een onjuist criterium hanteerde en dat het afvalrecycleproces de munten niet verandert, onderbouwd met informatie over de scrapindustrie en circulatiegeschiktheid. De Raad van State oordeelde echter dat DNB terecht op het deskundigenadvies mocht vertrouwen, dat de munten ongeschikt zijn door de ondergane bewerkingen, en dat de aangevoerde argumenten onvoldoende onderbouwing boden om dit oordeel te weerleggen.
De Raad van State bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank dat de munten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat zij een bewerking hebben ondergaan waarvan redelijkerwijs te verwachten is dat deze de munt verandert. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de vergoeding van de euromunten wordt geweigerd omdat zij een bewerking hebben ondergaan die redelijkerwijs de munt verandert.