ECLI:NL:RVS:2021:1534
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Participatiefonds wegens niet tijdig bezwaar en onjuiste bezwaarclausule
Stichting Baasis verzocht het Participatiefonds om vergoeding van uitkeringskosten voortvloeiend uit het beëindigde dienstverband van een voormalig werknemer. Dit verzoek werd bij besluit van 22 mei 2013 afgewezen. Het Participatiefonds verklaarde het daaropvolgende bezwaar van Stichting Baasis bij besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaarperiode.
Stichting Baasis stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat het oorspronkelijke besluit geen bezwaarclausule bevatte, waardoor zij niet wist dat zij binnen zes weken bezwaar moest maken. Tevens voerde zij aan dat het Participatiefonds onzorgvuldig had gehandeld door laat om aanvullende stukken te vragen en onjuiste informatie aan DUO te verstrekken, wat leidde tot financiële problemen.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van 22 mei 2013 inderdaad geen bezwaarclausule bevatte en dat het Participatiefonds niet had aangetoond dat het besluit slechts een concept was. Hierdoor was het bezwaar van Stichting Baasis verschoonbaar te laat ingediend. Het Participatiefonds had ten onrechte het bezwaar niet inhoudelijk behandeld. Het besluit van 16 april 2020 werd vernietigd en het Participatiefonds werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het Participatiefonds veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Baasis wordt gegrond verklaard en het besluit van 16 april 2020 wordt vernietigd; het Participatiefonds moet een nieuw besluit nemen en proceskosten vergoeden.