ECLI:NL:RVS:2021:1485
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- G.M.H. Hoogvliet
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing ligplaatsvergunning rondvaartbedrijf Vlissingen
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen wees de aanvraag van een ligplaatsvergunning door een rondvaartbedrijf af, omdat er volgens het college geen ligplaatsen meer beschikbaar waren. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het college onvoldoende had onderbouwd dat er geen ligplaatsen beschikbaar waren en dat het handhavend optreden tegen andere schepen mogelijk was.
Het college ging in hoger beroep en voerde aan dat oudere rechten van andere schepen en de afwijkende afmetingen van de rondvaartboot de afwijzing rechtvaardigden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college deze stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat de afwijzing onzorgvuldig was voorbereid, in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
Het college had nagelaten ligplaatsvergunningen te verlenen of te verlengen aan schepen die al langere tijd lagen, waardoor onduidelijkheid ontstond over de feitelijke situatie. De Afdeling bevestigde dat het college de aanvraag van het rondvaartbedrijf niet op goede gronden had afgewezen en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Tenslotte oordeelde de Afdeling dat het college de proceskosten van het hoger beroep aan het rondvaartbedrijf moet vergoeden en het griffierecht moet betalen. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige en onderbouwde besluitvorming door bestuursorganen bij vergunningverlening.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd; het college moet proceskosten vergoeden.