ECLI:NL:RVS:2021:1459
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onduidelijke begrenzing inrichting en onvoldoende milieutoetsing
Het college van burgemeester en wethouders van Oldambt verleende op 26 juni 2019 een omgevingsvergunning aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking zijn van een inrichting voor industriële demontage en handel in machines en afvalstoffen op twee locaties te Winschoten. Appellant, eigenaar van nabijgelegen bedrijfsgebouwen, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege onduidelijkheid over de begrenzing van de inrichting en milieugerelateerde zorgen zoals gevaarlijke situaties en bodemverontreiniging.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat uit het besluit en de bijbehorende tekeningen onvoldoende duidelijkheid blijkt over de exacte grenzen en indeling van de inrichting, wat in strijd is met artikel 2.22, eerste lid, Wabo. Tevens is onvoldoende ingegaan op de milieubezwaren van appellant, waaronder de noodzaak van een omheining ter bescherming tegen milieuhinder.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en gelastte het college opnieuw te beslissen waarbij de milieubezwaren van appellant betrokken moeten worden. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar moet de griffierechten aan appellant vergoeden.
Uitkomst: De omgevingsvergunning wordt vernietigd wegens onduidelijke begrenzing en onvoldoende milieubeoordeling, met gelaste hernieuwde besluitvorming.