ECLI:NL:RVS:2021:1450
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing van uitspraak rechtbank over intrekking aanwijzing Stint als bijzondere bromfiets
De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 1 oktober 2018 de aanwijzing van de Stint als bijzondere bromfiets geschorst en op 5 februari 2019 ingetrokken. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het besluit van 11 oktober 2019, waarin de minister bezwaren tegen de intrekking deels ongegrond verklaarde, gegrond en vernietigde dit besluit. De rechtbank oordeelde dat de minister wel het intrekkingsbesluit mocht nemen, maar dat hij ook de evenredigheid moest toetsen en een compensatieregeling moest overwegen voor de benadeelden, omdat de technische keuring van de Stint onder de maat was en gebruikers in de veronderstelling waren dat de Stint veilig was.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van de uitspraak van de rechtbank. De voorzieningenrechter oordeelde dat uitvoering van de uitspraak tot een onevenredige belasting zou leiden, mede door de omvang en diversiteit van de benadeelden en het benodigde onderzoek naar compensatievormen. Geen van de wederpartijen stelde zich tegen de schorsing op.
De voorzieningenrechter besloot daarom de uitspraak van de rechtbank te schorsen totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 6 juli 2021.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.