ECLI:NL:RVS:2021:1427
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 oktober 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 juni 2021 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om niet-uitzetting en het verstrekken van opvang en voorzieningen gegrond was in afwachting van de beslissing op het hoger beroep. De rechter verwees naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) ter ondersteuning van de voorlopige voorziening.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, ter hoogte van € 748,00. De uitspraak werd op 1 juli 2021 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.