ECLI:NL:RVS:2021:142
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Raad voor Rechtsbijstand over toevoeging en kostenvergoeding bij studievertraging
Appellant vroeg een toevoeging aan voor een procedure bij het College van beroep voor de examens van de Hogeschool Utrecht vanwege studievertraging veroorzaakt door het niet kunnen maken van een tentamen na een afgebroken uitwisseling in China wegens ziekte.
De Raad voor Rechtsbijstand wees de aanvraag aanvankelijk af omdat het probleem geen advocaat vereiste, maar verleende later alsnog de toevoeging na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat uit de aanvraag niet duidelijk bleek dat studievertraging dreigde en de raad geen onderzoeksplicht had.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling dat de aanvraag en bijgevoegde stukken voldoende aanleiding gaven voor de raad om nader onderzoek te doen naar studievertraging. Het besluit om de vergoeding van de kosten niet toe te kennen is daarom onrechtmatig en wordt vernietigd. De Afdeling veroordeelt de raad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.