ECLI:NL:RVS:2021:1407
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.P. Vermeulen
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bestuurlijke boete voor onrechtmatige verstrekking medische gegevens door Pieter Baan Centrum
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) van zijn verzoek tot handhaving tegen het Pieter Baan Centrum (PBC). De AP had geweigerd een bestuurlijke boete op te leggen wegens het onrechtmatig verstrekken van medische gegevens aan het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
De overtreding bestond uit het per abuis toezenden van medische gegevens aan het tuchtcollege, die direct na ontdekking door het PBC werden verwijderd en vernietigd. Het tuchtcollege bevestigde dat de stukken niet aan het dossier zijn toegevoegd. De AP oordeelde dat het een eenmalige, beperkte overtreding betrof zonder opzet en zonder nadelige gevolgen voor appellant, en besloot daarom af te zien van handhavende maatregelen.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de AP in redelijkheid van het opleggen van een boete kon afzien. Appellant stelde dat de AP een beginselplicht tot handhaving had en dat ook bij voorwaardelijk opzet een boete moest worden opgelegd. De Raad van State verwierp dit betoog en bevestigde dat de beginselplicht niet geldt voor bestuurlijke boetes, die een punitief karakter hebben en een andere belangenafweging vereisen.
De Raad van State concludeert dat de AP haar discretionaire bevoegdheid op juiste wijze heeft uitgeoefend en dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor (voorwaardelijk) opzet. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de Autoriteit Persoonsgegevens terecht heeft afgezien van het opleggen van een bestuurlijke boete aan het Pieter Baan Centrum.