ECLI:NL:RVS:2021:1384
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid kosten bestuursdwang bij verkeerd aanbieden huisvuilzak
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 27 augustus 2020 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die naast een ondergrondse restafvalcontainer was geplaatst. De zak bevatte een poststuk dat naar appellant te herleiden was, waarop het college de kosten van €125 aan appellant in rekening bracht.
Appellant betwist dat zij de zak heeft geplaatst en voert aan dat een huisgenoot dit deed omdat de container vol was. Zij stelt ook dat de zak eerder dan 27 augustus was geplaatst en niet op de openbare weg maar tegen de container stond. Het college baseert zich op vaste rechtspraak dat degene aan wie het afval kan worden herleid als overtreder geldt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet de overtreder is. Het enkele betoog dat een huisgenoot de zak plaatste, zonder bewijs of verklaring, faalt. Bovendien kan de handeling aan appellant worden toegerekend omdat zij samenwoont met huisgenoten die dezelfde afvalvoorziening gebruiken.
Verder is geoordeeld dat het college terecht heeft afgezien van het horen van appellant in de bezwaarprocedure, omdat zij via haar gemachtigde heeft verklaard geen gebruik te willen maken van dit recht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant hoeft geen proceskosten te ontvangen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de kosten van bestuursdwang blijven voor haar rekening.