ECLI:NL:RVS:2021:1383
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen kosten bestuursdwang voor verkeerd aanbieden afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 17 oktober 2020 schriftelijk bevestigd dat op 21 september 2020 spoedeisende bestuursdwang is toegepast door het verwijderen van een doos die naast een ondergrondse restafvalcontainer was aangetroffen. De kosten van deze bestuursdwang, €126,00, zijn voor rekening van appellant gebracht omdat zijn naam en adres op het adreslabel van de doos stonden.
Appellant betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar stelt dat hij niet degene was die de doos naast de container heeft geplaatst. Hij voert aan dat werknemers van Vastu Bouw & Verbouw, die werkzaamheden verrichtten in opdracht van de VvE, de doos hebben neergezet. Appellant heeft dit echter niet met bewijs onderbouwd. De factuur van Vastu dateert van 16 juli 2020 en vermeldt niet de datum van de werkzaamheden of het plaatsen van de raamventilator.
Volgens vaste rechtspraak mag degene aan wie afvalstoffen kunnen worden herleid als overtreder worden aangemerkt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Omdat appellant dit niet aannemelijk heeft gemaakt, is hij terecht als overtreder aangemerkt. De Raad van State verklaart het beroep ongegrond en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de kosten bestuursdwang blijven voor zijn rekening.