ECLI:NL:RVS:2021:1363
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 29 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 april 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzochten zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 29 juni 2021 beslist dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op artikel 8:81 en Pro artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter verwees naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) om de beslissing te motiveren. De uitspraak is gedaan in het openbaar en vastgesteld door mr. J.J. van Eck, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.