ECLI:NL:RVS:2021:1348
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure over weigering Drank- en Horecawetvergunning na sluiting Club Rodenburg
Bronko, eigenaar van Club Rodenburg, kreeg op 19 maart 2019 een sluitingsbevel van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet, waardoor de club een jaar gesloten was en de Drank- en Horecawetvergunning werd ingetrokken. Na een nieuwe aanvraag weigerde de burgemeester de vergunning op grond van vermeende verwijtbaarheid van de bestuurders.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester ten onrechte de vergunning had geweigerd omdat Bronko voldoende maatregelen had getroffen om drugsgebruik tegen te gaan en er geen concrete verwijtbaarheid was vastgesteld. De rechtbank vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar binnen twee weken.
De burgemeester stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen of de termijn te verlengen. De Raad van State oordeelde dat schorsing niet op zijn plaats was, maar verlengde de termijn naar zes weken vanwege de complexiteit van de procedure en het Bibob-onderzoek.
De burgemeester moet in het nieuwe besluit duidelijk motiveren of hij de vergunning weigert op grond van verwijtbaarheid of op basis van een Bibob-advies. Bronko behoudt het recht om later een nieuwe voorlopige voorziening te verzoeken als het besluit nadelig uitvalt.
Uitkomst: De Raad van State verlengt de termijn voor het nemen van een nieuw besluit op bezwaar naar zes weken en wijst het verzoek tot schorsing van de uitspraak van de rechtbank verder af.