ECLI:NL:RVS:2021:1326
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding proceskosten na toekenning uitkering schadefonds geweldsmisdrijven
Appellante diende een aanvraag in bij de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) voor een uitkering wegens mishandeling door haar ex-partner. De CSG wees de aanvraag aanvankelijk af wegens onvoldoende objectieve bewijsstukken, maar kende later een uitkering toe na overlegging van vonnissen, medische informatie en getuigenverklaringen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het afwijzen van proceskosten ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het primaire besluit onrechtmatig was omdat de CSG niet tijdig de benodigde informatie bij het Openbaar Ministerie had verkregen.
De Raad van State oordeelt dat de CSG voldoende inspanningen heeft geleverd om de feiten te verifiëren en dat de bewijslast bij appellante ligt. Het feit dat aanvullende informatie pas in bezwaar werd verkregen, leidt niet tot onrechtmatigheid van het primaire besluit. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vergoeding van proceskosten bevestigd.