ECLI:NL:RVS:2021:1309
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 april 2021 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 mei 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 22 juni 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 534,00, moet vergoeden, welke kosten geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, met toepassing van artikel 8:83, derde lid. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door de griffier, aangezien de voorzieningenrechter verhinderd was de uitspraak zelf te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling wordt beschermd tegen overdracht totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.