ECLI:NL:RVS:2021:1299
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang en verstrekkingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 november 2020 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 mei 2021 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, conform eerdere jurisprudentie. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening biedt de vreemdeling bescherming gedurende de procedure en waarborgt de toegang tot opvang en verstrekkingen. Het besluit is genomen op basis van de belangenafweging en de geldende wettelijke bepalingen omtrent voorlopige voorzieningen in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.