ECLI:NL:RVS:2021:1257
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 april 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 30 april 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen. Gezien de omstandigheden werd een voorlopige voorziening getroffen die de uitzetting opschort totdat het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, ter hoogte van € 534,00. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.C.W. Lange op 15 juni 2021.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.