ECLI:NL:RVS:2021:123
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 maart 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 december 2020 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen daarvan in stand liet. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening gegrond is en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 21 januari 2021 door voorzieningenrechter H.J.M. Baldinger, waarbij de griffier N. Tibold aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.