ECLI:NL:RVS:2021:1134
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onzorgvuldige besluitvorming
De vreemdeling, met Eritrese nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning asiel aan die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 3 december 2019 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onzorgvuldige voorbereiding en ondeugdelijke motivering van het besluit en vernietigde het. De staatssecretaris wees de aanvraag opnieuw af op 3 november 2020, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde verklaringen van de vreemdeling over haar leeftijd en vluchtverhaal ongeloofwaardig of bevreemdend zouden zijn, terwijl de rechtbank dit niet voldoende had getoetst. De grieven van de vreemdeling leidden niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, maar het hoger beroep werd gegrond verklaard wegens ondeugdelijke motivering.
De Raad van State verwees het beroep tegen het besluit van 3 november 2020 terug naar de rechtbank Den Haag voor verdere behandeling en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €534,00. De uitspraak werd gedaan op 27 mei 2021.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard en zaak verwezen naar rechtbank voor herbehandeling.