ECLI:NL:RVS:2021:1080
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over inreisverbod na opheffing ongewenstverklaring
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 19 maart 2020 de ongewenstverklaring tegen de vreemdeling opgeheven en een inreisverbod van tien jaar uitgevaardigd vanwege een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor de samenleving.
De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de ongewenstverklaring niet rechtsgeldig was bekendgemaakt en dat het inreisverbod onterecht gebaseerd was op vermoedens uit een strafvonnis. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank omdat deze niet inhoudelijk op alle beroepsgronden had gereageerd. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht het verleden van de vreemdeling, waaronder eerdere veroordelingen en het vonnis over het bezit van een ingekort hagelgeweer, had betrokken bij de beoordeling van het inreisverbod. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.