ECLI:NL:RVS:2021:1077
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 26 februari 2020 besluiten genomen waarbij een aanvraag van twee vreemdelingen om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 buiten behandeling is gesteld dan wel afgewezen. Tegen deze besluiten zijn bezwaren ingediend die op 20 april 2020 ongegrond zijn verklaard. Vervolgens heeft de rechtbank Den Haag op 25 februari 2021 de beroepen van de vreemdelingen eveneens ongegrond verklaard.
De vreemdelingen hebben hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek gegrond verklaard vanwege de belangen die de vreemdelingen hebben aangevoerd.
Daarom is bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Vreemdelingen worden niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.