Uitspraak
Datum uitspraak: 12 mei 2021
Raad van State
De zaak betreft het hoger beroep van een leerling die onrechtmatig werd uitgeschreven door het Vossius Gymnasium, waarbij de onderwijsinspectie een rapport opstelde en openbaar maakte. De inspectie weigerde rectificatie van het rapport en handhavend optreden tegen de school. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep af.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat het inspectierapport niet als besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt omdat het niet tot het oordeel komt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is. De openbaarmaking van het rapport is wel een besluit, maar er is geen grond om het rapport niet openbaar te maken.
Verder oordeelt de Afdeling dat verzoeken om handhavend op te treden, herstelopdrachten te geven of onrechtmatige uitschrijving ongedaan te maken niet onder de taken en bevoegdheden van de onderwijsinspectie vallen. De bevoegdheid tot toelating en verwijdering van leerlingen ligt bij het bevoegd gezag van de school. Ook het opleggen van een bekostigingssanctie wordt als disproportioneel beschouwd in deze situatie.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot rectificatie en handhaving wordt bevestigd.