ECLI:NL:RVS:2021:1016
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake handhavend optreden tegen aarden wal in Oosterhout
Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout weigerde handhavend op te treden tegen een aarden wal die was aangelegd op de grens van percelen nabij een bungalowpark. Appellant, die grond pacht en een recreatiewoning bouwt, stelde dat de wal zijn uitzicht en zonlicht belemmert en dat deze zonder vergunning is aangelegd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het college, stellende dat voor de wal een omgevingsvergunning vereist was. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl appellant voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat voor het ophogen van de grond met meer dan 0,5 meter een vergunning nodig is. De aarden wal is geen bouwwerk, maar een ophoging van grond waarvoor een uitzondering geldt. Ook is de wal in overeenstemming met de bestemmingsplannen "Agrarisch" en "Recreatie". Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, het beroep van appellant ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het college wordt in het hoger beroep in het gelijk gesteld.