ECLI:NL:RVS:2020:981
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende onderzoek pleegouderschap
Twee minderjarige vreemdelingen vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf op basis van nareis bij hun pleegvader, die een verblijfsvergunning asiel heeft. De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat de pleegouder-pleegkindrelatie niet aannemelijk was gemaakt, mede vanwege twijfel over de authenticiteit van een Ethiopische districtsrechtbankuitspraak.
De vreemdelingen stelden dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat nader onderzoek niet nodig was. De Afdeling stelt vast dat de authenticiteit van de districtsrechtbankuitspraak niet is uitgesloten en dat uit deze uitspraak blijkt dat de biologische ouders overleden zijn en de echtgenote van referent als voogd is benoemd. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd waarom geen nader onderzoek is verricht, bijvoorbeeld via de ambassade of door het horen van betrokkenen.
Ook is het bezwaar van de vreemdelingen ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de staatssecretaris, verklaart het hoger beroep gegrond en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere besluiten worden vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.