ECLI:NL:RVS:2020:946
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraken inzake herziening voorschot huurtoeslag 2017 en 2018
De zaak betreft hoger beroepen van een appellant tegen besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen die het voorschot huurtoeslag voor de jaren 2017 en 2018 hebben herzien naar nihil. De appellant woont sinds 2010 in dezelfde huurwoning in Den Haag en ontving vanaf juli 2014 huurtoeslag na het overlijden van haar echtgenoot. De Belastingdienst constateerde dat ten onrechte huurtoeslag was toegekend omdat de rekenhuur vanaf 1 juli 2014 hoger was dan de maximale huurgrens.
Voor het jaar 2017 werd het voorschot huurtoeslag herzien naar nihil, maar na bezwaar deels hersteld naar het oorspronkelijk toegekende bedrag. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het appellant niet in een gunstigere positie kon brengen. Voor het jaar 2018 stelde de Belastingdienst het voorschot ook op nihil en handhaafde dit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens schending van de hoorplicht, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat appellant geen recht had op huurtoeslag vanwege overschrijding van de maximale huurgrens.
De Raad van State bevestigt de uitspraken van de rechtbank. Het beroep over 2017 is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tot een gunstiger positie leidt. Voor 2018 is geen sprake van een verworven recht op huurtoeslag omdat appellant in de maand voorafgaand aan de overschrijding geen huurtoeslag ontving. De Belastingdienst is niet verplicht om actief te informeren over de voorwaarden voor huurtoeslag. De hoger beroepen worden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.