ECLI:NL:RVS:2020:887
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 mei 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 november 2019 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep gaf de vreemdeling echter geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel vellen over het hoger beroep.
Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 25 maart 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd beroepschrift.