ECLI:NL:RVS:2020:878
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- F.C.M.A. Michiels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging bestuurlijke boete voor overtreding verbod kinderarbeid bij opnames basisschool
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellant sub 2 een bestuurlijke boete van €84.000 op wegens 31 overtredingen van artikel 3:2, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet. Deze overtredingen hadden betrekking op het zonder ontheffing laten verrichten van arbeid door kinderen jonger dan 13 jaar tijdens opnames voor een televisieprogramma op een basisschool.
De rechtbank had de boete gehalveerd tot €42.000 omdat zij de boete in deze situatie niet evenredig achtte, mede vanwege het ontbreken van recidive en het feit dat het om een eenmalige groepsactiviteit ging. Zowel de staatssecretaris als appellant stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd was de boete op te leggen en dat de boete conform de Beleidsregel was vastgesteld. De Afdeling bevestigde dat de boete van €84.000 niet evenredig was, maar verwierp de door appellant gevraagde verdere matiging. De Afdeling benadrukte dat de deelname van de kinderen onderdeel was van de schoolactiviteiten en dat dit meeweegt bij de beoordeling van de ernst van de overtreding.
De uitspraak bevestigt daarmee de matiging tot €42.000 en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris en het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de matiging van de bestuurlijke boete tot €42.000 wegens overtreding van het verbod op kinderarbeid.