ECLI:NL:RVS:2020:848
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Helder
- E.A. Minderhoud
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Buitengebied 2018 voor perceel wegens onvoldoende motivering milieuzonering
In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep van appellant tegen het bestemmingsplan Buitengebied 2018 behandeld. In een eerdere tussenuitspraak was vastgesteld dat het plan toestaat dat bedrijven zich vestigen op een perceel met een richtafstand van meer dan 11 meter voor geur, gevaar en stof, zonder dat de raad voldoende heeft gemotiveerd waarom een afstand van 11 meter toch een goed woon- en leefklimaat waarborgt. Hierdoor is het besluit van 6 februari 2018 op dit punt onvoldoende gemotiveerd en vernietigd voor zover het het betreffende perceel betreft.
De raad heeft het plan op 12 november 2019 gewijzigd vastgesteld om het gebrek te herstellen. De appellant voerde bezwaren aan tegen de gewijzigde planregels, waaronder onduidelijkheid en onjuiste aanduidingen. De Afdeling oordeelde echter dat de planregels voldoende duidelijk zijn en dat de wijzigingen niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Ook de bezwaren over schending van rechtszekerheid, het vertrouwensbeginsel en fair play werden verworpen, omdat de raad op grond van gewijzigde inzichten nieuwe bestemmingen mag vaststellen.
De Afdeling verklaart het beroep tegen het besluit van 6 februari 2018 gegrond en vernietigt dit besluit voor het perceel. Het beroep tegen het besluit van 12 november 2019 wordt ongegrond verklaard. De raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant, inclusief griffierecht en kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Buitengebied 2018 wordt vernietigd voor het perceel wegens onvoldoende motivering omtrent milieuzonering; het gewijzigde plan wordt gehandhaafd.