ECLI:NL:RVS:2020:833
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 7 september 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond en beval opheffing van de maatregel, alsmede toekenning van schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de motivering van de bewaring op de zware gronden van het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en het onttrekken aan toezicht feitelijk juist en voldoende was. De door de vreemdeling bestreden grond van onvoldoende medewerking aan identiteitsonderzoek werd niet meer besproken.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, maar wees het beroep van de vreemdeling af en verwierp het verzoek om schadevergoeding. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling afgewezen en het verzoek om schadevergoeding geweigerd.