ECLI:NL:RVS:2020:79
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over planschadevergoeding door bestemmingsplan Havens in Schiedam
Appellant is eigenaar van een bedrijfspand, bedrijfswoning en opstallen aan een locatie te Schiedam. Hij verzocht het college van burgemeester en wethouders om tegemoetkoming in planschade voortvloeiend uit het bestemmingsplan 'Havens'. Het college wees dit verzoek af, onder verwijzing naar een advies van Thorbecke B.V. waarin werd geconcludeerd dat het nieuwe bestemmingsplan geen planschade veroorzaakt.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat een bepaalde bepaling in het bestemmingsplan ten onrechte als flexibiliteitsbepaling was aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat deze bepaling een uitsterfconstructie bevat die het gebruik van de bedrijfswoning beperkt zodra deze langer dan een jaar niet wordt bewoond. Thorbecke had dit niet betrokken in haar advies, wat de Afdeling als een motiveringsgebrek kwalificeerde.
Het college nam een nieuw besluit waarin het verzoek wederom werd afgewezen, wederom gesteund op een advies van Thorbecke. Appellant betoogde terecht dat onvoorziene omstandigheden zoals faillissement of ziekte kunnen leiden tot ongewild niet-gebruik van de bedrijfswoning, wat een nadeel oplevert en planschade kan veroorzaken.
De Afdeling draagt het college op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de nadelige positie van appellant door de uitsterfconstructie. Het college wordt geadviseerd een andere deskundige te raadplegen en te overwegen de planschade in natura te vergoeden door beperkingen van het bestemmingsplan op te heffen. In de einduitspraak zal ook over proceskosten worden beslist.
Uitkomst: Het college van B&W Schiedam wordt opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen over de planschadevergoeding aan appellant.