ECLI:NL:RVS:2020:78
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over dwangsomregeling bij herziening zorgtoeslag 2013
De Belastingdienst/Toeslagen herzag in 2016 de zorgtoeslag over 2013 voor de wederpartij en stelde deze definitief op nihil. De wederpartij maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop de dienst niet tijdig besliste. De rechtbank Noord-Holland stelde daarop een dwangsom van €70,- vast wegens de niet-tijdige besluitvorming.
De Belastingdienst/Toeslagen ging in hoger beroep en betoogde dat de dwangsomregeling niet van toepassing is op herzieningen van definitieve tegemoetkomingen zoals zorgtoeslag, omdat deze niet onder artikel 14 van Pro de Awir vallen en vaak niet op aanvraag plaatsvinden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de herziening van een definitieve tegemoetkoming niet gelijkgesteld kan worden met een definitieve toekenning en dat de dwangsomregeling niet van toepassing is op herzieningen. De uitspraak van de rechtbank werd daarom vernietigd en het verzoek om vaststelling van dwangsommen afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 januari 2020.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de dwangsomvaststelling en wijst het verzoek om vaststelling van dwangsommen af.