ECLI:NL:RVS:2020:711
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot naturalisatie wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Bij besluit van 9 juli 2018 heeft de staatssecretaris het verzoek van appellante om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen wegens onvoldoende bewijs van haar identiteit en nationaliteit. Appellante had een gelegaliseerde geboorteakte en een Eritrees paspoort overgelegd, maar deze werden door het Team Onderzoek en Expertise Documenten (TOED) als frauduleus beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De verklaring van onderzoek van TOED stelde dat het paspoort was verkregen voordat appellante geregistreerd was, en de verklaring van de Eritrese ambassade kon dit niet overtuigend weerleggen.
Appellante kon niet aantonen op welke wijze zij het paspoort had verkregen en kon de twijfel aan haar identiteit niet wegnemen met alleen een taalanalyse en de stelling dat zij geen valse documenten had overgelegd. De staatssecretaris handhaafde daarom het standpunt dat de identiteit en nationaliteit niet waren aangetoond, waardoor het verzoek tot naturalisatie terecht werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot naturalisatie is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.