ECLI:NL:RVS:2020:65
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen bouwwerken zonder vergunning op perceel in natuurgebied
Het college van burgemeester en wethouders van Altena heeft [appellante] gelast om vijf bouwwerken, waaronder een boogkas en vier andere bouwwerken, op haar perceel in Hank te verwijderen omdat deze zonder vereiste omgevingsvergunning zijn gebouwd en in stand zijn gehouden. Het college baseerde dit op overtreding van artikel 2.1 en 2.3a van de Wabo en het bestemmingsplan "Buitengebied".
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond en oordeelde dat de boogkas een bouwwerk is en dat de bouwwerken niet vergunningvrij zijn. In hoger beroep betoogde [appellante] onder meer dat de boogkas geen bouwwerk is vanwege het tijdelijke karakter en dat de bouwwerken vergunningvrij zijn als bijbehorende bouwwerken bij de schuilschuur, die zij als hoofdgebouw aanmerkt. De Afdeling verwierp deze stellingen, onder verwijzing naar eerdere jurisprudentie en het geldende bestemmingsplan met bestemming "Natuur".
Verder stelde [appellante] dat handhaving onevenredig is vanwege de beperkte omvang van de bouwwerken, het langdurige bestaan zonder handhaving en het belang voor het gebruik van het perceel. De Afdeling oordeelde dat tijdsverloop geen bijzondere omstandigheid vormt om af te zien van handhaving en dat de bouwwerken niet van geringe aard of omvang zijn. Het gebruiksbelang weegt niet zwaarder dan het algemeen belang bij handhaving. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.