ECLI:NL:RVS:2020:626
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.J. Borman
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en uitstel van vertrek
De staatssecretaris heeft op 14 juni 2019 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en ambtshalve uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 27 september 2019 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de werkinstructie 2018/16 en de handelwijze van de staatssecretaris in strijd waren met het Vreemdelingenbesluit 2000 en de Vreemdelingencirculaire 2000. De staatssecretaris had ambtshalve beoordeeld of toepassing van artikel 64 Vw Pro 2000 aan de orde was, ook al was het oordeel voorlopig en onder voorbehoud van nader BMA-onderzoek.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, dat van de vreemdeling ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hogerberoepschrift van de vreemdeling bevatte geen vragen van algemeen belang die nadere motivering vereisten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, dat van de vreemdeling ongegrond, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.