ECLI:NL:RVS:2020:615
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering paspoort vanwege herhaald verlies identiteitskaarten zonder plausibele verklaring
Appellante, afkomstig uit Ghana en studerend in Finland, vroeg op 27 december 2017 een nieuw paspoort aan omdat haar oude bijna verliep. De burgemeester van Amsterdam weigerde de aanvraag op grond van het feit dat appellante binnen vijf jaar driemaal haar Nederlandse identiteitskaart als vermist had opgegeven zonder plausibele reden.
Appellante stelde dat de bezwaarschriftencommissie niet onafhankelijk was, omdat de voorzitter werkzaam was onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. De Raad van State oordeelde echter dat uit de communicatie niet bleek dat een onafhankelijke commissie was ingesteld en dat de voorzitter inderdaad onder verantwoordelijkheid van de burgemeester stond, wat niet in strijd was met de Awb.
Verder voerde appellante aan dat zij een plausibele verklaring had voor het verlies van haar derde identiteitskaart, omdat deze uit haar portemonnee was geraakt. De Raad van State vond deze verklaring onvoldoende om het gegronde vermoeden van onzorgvuldig handelen weg te nemen, mede omdat drie vermissingen binnen 2,5 jaar zonder concrete feiten waren gemeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom het besluit van de burgemeester en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het paspoort wordt bevestigd.