ECLI:NL:RVS:2020:560
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen afwijzing rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 20 december 2018 een aanvraag van een vreemdeling om afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont, afgewezen. Vervolgens verklaarde de staatssecretaris het bezwaar van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De rechtbank Den Haag heeft op 13 januari 2020 het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten eveneens ongegrond verklaard.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening houdt in dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en dat gelet op de belangen van beide partijen een voorlopige voorziening op zijn plaats is. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De voorlopige voorziening werd op 24 februari 2020 uitgesproken.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.