ECLI:NL:RVS:2020:547
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vernietiging verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 17 april 2019 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie te verlaten en het inreisverbod gehandhaafd. De rechtbank heeft op 28 januari 2020 dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank niet te hoeven uitvoeren totdat het hoger beroep is beslist. De vreemdeling heeft schriftelijk gereageerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet strekt tot het verlenen van de vergunning en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook is uitvoering niet onevenredig belastend voor de staatssecretaris. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.