ECLI:NL:RVS:2020:540
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 14 februari 2018 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 16 augustus 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen gronden bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De rechtbank had een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek vastgesteld dat eenvoudig te herstellen was.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en werd een griffierecht opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer onder leiding van J.Th. Drop.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.