ECLI:NL:RVS:2020:529
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming planschade na passieve risicoaanvaarding bij bestemmingsplanwijziging
Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal wees een aanvraag van appellante om tegemoetkoming in planschade af vanwege een bestemmingsplanwijziging die haar bedrijfspercelen betrof. Appellante stelde dat door het nieuwe bestemmingsplan haar bedrijfsgebouwen leegstaan en dat dit tot een waardevermindering van € 2.400.000 heeft geleid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante het risico van de planologische wijziging passief heeft aanvaard door geen gebruik te maken van haar bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het oude bestemmingsplan, ondanks voldoende tijd en gelegenheid. De waardering van de onroerende zaak toonde zelfs een waardestijging onder het nieuwe bestemmingsplan.
Appellante voerde ook inkomensderving aan, maar volgens vaste jurisprudentie komt gemist inkomen uit nog niet ontplooide bedrijfsactiviteiten niet voor vergoeding in aanmerking. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante geen belang meer had.
Het beroep tegen het besluit van 25 maart 2019 werd ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 262,50 aan appellante wegens het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 25 maart 2019 is ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.