ECLI:NL:RVS:2020:497
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten minister inzake verklaring omtrent gedrag en proceskostenvergoeding
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 februari 2020 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellante tegen besluiten van de minister voor Rechtsbescherming van 31 januari en 30 april 2018. De minister had aanvankelijk de afgifte van een verklaring omtrent gedrag geweigerd vanwege een openstaande strafzaak, maar later erkend dat appellante onherroepelijk was vrijgesproken. De Afdeling oordeelde dat de minister zijn besluiten onvoldoende had gemotiveerd, met name omdat niet was toegelicht op welk bewijs de verdenking was gebaseerd.
De Afdeling vernietigde de besluiten, verklaarde het beroep gegrond en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de motiveringsgebreken. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellante, inclusief griffierecht en kosten van rechtsbijstand.
Deze uitspraak volgt op een eerdere tussenuitspraak van 24 juli 2019 waarin de minister werd opgedragen zijn besluiten alsnog toereikend te motiveren of een ander besluit te nemen. De Afdeling benadrukte het belang van een deugdelijke motivering en zorgvuldige besluitvorming in bestuursrechtelijke procedures, met name bij het weigeren van een verklaring omtrent gedrag en het afwijzen van proceskostenvergoedingen.
Uitkomst: De besluiten van de minister zijn vernietigd en de minister is opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met vergoeding van proceskosten.