ECLI:NL:RVS:2020:473
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en verzoek opvang vreemdelingen
De vreemdelingen hadden bij besluiten van 10 juli 2019 een afwijzing ontvangen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag verklaarde hun beroepen ongegrond op 17 januari 2020. Hiertegen stelden zij hoger beroep in en verzochten zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend is, waarbij de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 14 februari 2020 door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.