ECLI:NL:RVS:2020:466
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 23 november 2018 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 januari 2020 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 13 februari 2020 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de kosten van de rechtsbijstand van de vreemdeling moet vergoeden tot een bedrag van €525,00.
Deze voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting en waarborgt zijn recht op opvang en verstrekkingen gedurende de procedure. De uitspraak is gedaan in het openbaar door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier M.M. Bosma.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.