ECLI:NL:RVS:2020:463
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunningaanvragen asiel
Bij besluiten van 18 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De vreemdelingen gaven een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en besloot daarom de voorlopige voorziening te treffen. Dit houdt in dat de staatssecretaris geen nieuwe besluiten hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuwe besluiten te nemen totdat het hoger beroep is beslist.